Ambassadeur Anoek Smeyers
Expert Anoek Smeyers: "Ook Sidekick Sams verdienen een Sidekick Sam"
welbEvinden vergroten is niet hetzelfde als pamperen
Vraag Anoek Smeyers naar haar mening en ze kan niet anders dan glimlachen. “Heel veel mensen hebben een mening over onderwijs. Omdat ze zelf ooit leerling zijn geweest, of omdat ze nu schoolgaande kinderen hebben. Terwijl dat iets helemaal anders is dan voor de klas staan, geloof me”, zegt ze. Anoek Smeyers is zelf leerkracht lager onderwijs van opleiding, maar koos daarna voor een ander pad. Ze studeerde onderwijskunde bij, ging aan de slag als lerarenopleider - en is dat nog steeds bij Thomas More - en bracht samen met Gie Deboutte het Finse antipestprogramma KiVa naar Vlaanderen. Sinds de oprichting in september 2024 is ze ook verantwoordelijke en coördinator van het Expertisecentrum Verbindend Onderwijs (EVO).
“Ik draag dus verschillende petjes. En er is er nog eentje: dat van voorzitter van het Lokaal Overlegplatform in Turnhout. Dat houdt me echt met de voeten op de grond”, vertelt ze. “Een op de vier kinderen in Turnhout leeft in kansarmoede. Ik zie er dus hoe leerkrachten en schooldirecties met zoveel liefde voor hun leerlingen enorm hard werken om elk kind een goede plek te geven, maar ik zie er ook hoe moeilijk dat soms is. Ik kan dus alleen maar respect hebben voor die mensen.”
Hoe gaat het dan vandaag met de leerkrachten zelf?
ANOEK SMEYERS: “Met het EVO werken we samen met scholen en leerkrachten van in Limburg tot aan de kust. En ik kan je zeggen: ik ken geen enkele leerkracht die de leerlingen niet graag ziet. Ik ken wel leerkrachten bij wie het water aan de lippen staat. Leerkrachten die soms niet meer weten hoe ze alle uitdagingen die in een klas van vandaag bestaan moeten aanpakken. Je kan sterk en met liefde voor je leerlingen voor de klas staan en toch op problemen botsen waarvan je niet meteen weet hoe je moet reageren. Omdat de deuren van klassen in een aantal scholen nog steeds worden gesloten, lijkt het bovendien soms alsof je er als leerkracht alleen voor staat. ‘Het is jouw klas, het is jouw probleem. Succes ermee!’. Daar moeten we van af. Leerkrachten die er willen zijn voor hun leerlingen, verdienen zelf ook ondersteuning. Ook Sidekick Sams verdienen dus een Sidekick Sam. Daarom is het zo goed dat de Sidekick Sam Academy bestaat. Niet alle leerkrachten kunnen alles weten over hoe het welbevinden van jongeren te verbeteren. Dus hebben ze nood aan materiaal, aan handvatten, of aan collega’s die voortrekker willen zijn in de materie.”
Het belang van welbevinden wordt in onze maatschappij nog heel erg onderschat.
Wat als de tijd daarvoor ontbreekt? Leerkrachten moeten ook aan kennisoverdracht doen.
ANOEK SMEYERS: “Moeten leerlingen iets leren over pakweg de Eerste Wereldoorlog? Graag. Maar tegelijkertijd moeten ze er ook een standpunt over kunnen innemen en er hun mening over kunnen uiten op een beleefde en respectvolle manier. Daar heb je kennis voor nodig, maar evengoed sociale vaardigheden. Of neem het voorbeeld van fake news. Als je dat wil kunnen onderscheiden, moet je weten hoe het echt zit. Maar waar dient die kennis voor? Om daar later, als volgroeide mens, iets mee te kunnen doen. Als je dan nooit hebt geleerd om te discussiëren, om je mening constructief en duidelijk te formuleren, om te kunnen incasseren als je een antwoord krijgt, om zelf opnieuw te reageren, … Dan heb je toch weinig aan die kennis? Kinderen en jongeren moeten vandaag bijvoorbeeld ook leren om nee te zeggen. Dat is zo belangrijk in onze maatschappij. Net als leren dat je niet perfect hoeft te zijn. Dat zijn sociale
vaardigheden die mensen nodig hebben. Daarnaast wordt ook het belang van welbevinden nog heel erg onderschat. Terwijl al vaak genoeg is bewezen dat leerlingen veel beter presteren als hun welbevinden hoog ligt en ze in een positief leer- en leefklimaat vertoeven. In een constructief en aangenaam leer- en leefklimaat kan je van leerlingen dus net meer verwachten.”
Groeit het besef niet stilaan dat aandacht voor welbevinden belangrijk is?
ANOEK SMEYERS: “Laat ik het anders zeggen: welbevinden wordt nog vaak als iets vanzelfsprekends gezien. Alsof het bijvoorbeeld logisch is dat er in elke klas een goede sfeer hangt. Terwijl leerkrachten daar hard aan moeten werken. Of neem nu de PISA-resultaten. Daar wordt altijd naar verwezen om te verantwoorden dat er meer nadruk moet liggen op kennisoverdracht. Alleen blijkt uit die resultaten evengoed dat de prestatiedruk die onze leerlingen ervaren gemiddeld hoger ligt dan in andere landen. Wat als leerlingen die prestatiedruk niet aan kunnen? Wat als er daardoor een woedeuitbarsting volgt? Wat als een leerling helemaal onderuit zakt, omdat het hem allemaal niet meer kan schelen? Ook daar moeten leerkrachten antwoorden op kunnen bieden. En daar kunnen ze soms hulp bij gebruiken.”
we luisteren niet altijd genoeg naar jongeren.
Wat kan een mogelijk antwoord zijn dat leerkrachten dan kunnen bieden?
ANOEK SMEYERS: “Leerlingen de taal geven om te vertellen dat ze zich even niet zo lekker in hun vel voelen, ook al weten ze zelf misschien zelf niet goed waarom. Zodat ze daarna samen met jou kunnen uitzoeken waar dat gevoel vandaan komt en hoe ze ermee kunnen omgaan. Je moet leerlingen dus leren communiceren, want dat is voor hen geen evidentie. Ze hebben allerlei communicatiemiddelen in hun zakken zitten, maar slagen er vaak niet om ze te gebruiken of om connectie te maken als ze het moeilijk hebben. De kans is dus groot dat je enkele stappen moet terugzetten om hen daarbij te helpen. Hetzelfde geldt voor het aanpakken van ongepast gedrag. Vergelijk het met rekenen. Als iemand een slechte wiskundetoets maakt, wordt er gekeken tot waar een leerling mee is, om van daaruit verder te leren. Maar wat doen we als een kind bij een ruzie verkeerd reageert? De ouders bellen, een sanctie geven en klaar. We kiezen meestal voor die sanctie omdat we niet weten hoe we tot herstel moeten komen. Terwijl ongepast gedrag ook net het startpunt kan zijn om iemand iets bij te leren. Om een stap terug te zetten, te kijken tot waar iemand mee is en uit te leggen hoe het anders kan. Zeker de kinderen die het in onze samenleving sociaal en mentaal moeilijk hebben, hebben daar veel nood aan. Een ruzie op de speelplaats kan dus een belangrijk leermoment zijn. Het is een aanleiding om het gesprek aan te gaan, samen te bekijken wat er precies misloopt en af te spreken hoe het volgende keer anders beter kan.”
Hoe zorg je ervoor dat een leerling zo toch niet te makkelijk wegkomt met bepaald gedrag?
ANOEK SMEYERS: “Wat vinden jongeren het moeilijkste, denk je? Een sanctie uitvoeren, zoals het opruimen van de speelplaats? Of naar een slachtoffer gedrag stellen dat op herstel gericht is? Wel, dat ze moeten rechtzetten wat ze verkeerd deden. Zo’n confronterend gesprek is veel waardevoller dan een sanctie. Binnen een moeilijke groepsdynamiek kan een sanctie trouwens ook een beloning zijn. Denk aan een jongere die pestgedrag vertoont en daarvoor bij de directeur moet komen voor een preek. Die geeft bij het buitengaan trots een vuistje aan zijn vrienden en werpt een dodelijke blik naar wie hem heeft verklikt. Daar bereik je niets mee. De kans is groot dat de pestproblematiek net groter gaat worden én beter onder de radar gaat blijven. Ga je wel met een jongere in gesprek over wat er moet veranderen, dan loopt het heel anders. Geef kinderen en jongeren de kans om ook hier te leren en hun fouten te herstellen.”
Geef ouders de kans om iets te vertellen over hun kind of over hun situatie, nog voor het misloopt
Dus, niet langer naar hun ouders bellen?
ANOEK SMEYERS: “Of de ouders net veel vroeger opbellen. Als het eerste contact met een ouder er is om te melden dat er iets is misgegaan, dan wijst dat erop dat er geen relatie is tussen de school en de ouders. Terwijl je als ouder graag de partner van een leerkracht wil zijn.”
Moeten ouders echt partners worden? Voor je het weet, komen ze te veel tussen.
ANOEK SMEYERS: “Iedereen zijn rol. Een school heeft bepaalde waarden en normen en als ouders daarvoor kiezen, mogen scholen die uiteraard bewaken met heldere afspraken. Het is dus een goed idee dat scholen ook aangeven tot waar ouders kunnen gaan en wat ze wel van ouders verwachten. Zolang ze er rekening mee houden dat niet elke ouder even betrokken kan zijn of even vaak aan de schoolpoort kan staan. In dat geval merken we dat een omgekeerd oudercontact bij het begin van het schooljaar wonderen kan doen.”
Een omgekeerd oudercontact?
ANOEK SMEYERS: “Dat is eigenlijk iets heel simpels dat we aanraden vanuit KiVa. Daarbij vraagt de leerkracht aan de ouders om eens te vertellen over hun kind, in plaats van omgekeerd. Wat moet een leerkracht bij de start van het schooljaar weten? Elk kind verdient wel een A4’tje, een one pager (lacht). Een omgekeerd oudercontact zorgt er dus voor dat ouders de optie krijgen om iets te zeggen over hun kind of over hun situatie, nog voor er iets misloopt. Dat lijkt voor leerkrachten soms een grote extra taak en dat in de drukke periode die september al is, maar je kan het evengoed mondjesmaat aanpakken. Of je kan op zoek gaan naar alternatieven. In het eerste jaar is een gesprek met de ouders allicht nog de beste optie, maar in het vijfde jaar kan je ouders misschien vragen om een formulier in te vullen, of een briefje of mailtje te schrijven over hun kind. Hebben ze nood aan een gesprek, dan kunnen ze dat aangeven.”
Als een leerkracht een leerling 'ziet zitten', kan dat gedragsproblemen tot 40% verminderen.
Wat als tijdens zo’n contact zaken opduiken die je nauw moet opvolgen?
ANOEK SMEYERS: “Dat alles bij één leerkracht gooien, is onhoudbaar. Daarom zijn er scholen die werken met een kernteam van enkele mensen die zich in bepaalde thema’s specialiseren. Zij gaan bijvoorbeeld uitzoeken wat goede gesprekstechnieken zijn, hoe groepsdynamieken in elkaar zitten, hoe je de normen kan ombuigen in groepen waar het moeilijk loopt. Je kan niet aan elke leerkracht vragen om in alles te specialiseren zonder dat iemand hen ondersteunt. Al kunnen leerkrachten wel aan de nodige preventie doen op klasniveau, onder meer door een veilig klasklimaat te creëren. Als het daarover gaat, teken ik altijd hetzelfde ter illustratie: een vierkant met daarin een hart. Je begint bij het vierkant, dat staat voor je kader en je grenzen. Ook leerkrachten durven die grenzen - regels, afspraken en routines - niet altijd heel duidelijk aangeven, terwijl die net heel helder moeten zijn. Zodat je les bijvoorbeeld niet de hele tijd wordt onderbroken en de kwaliteit van je onderwijs hoog blijft. Voorwaarde is wel dat de belangrijkste grenzen, waarden en normen schoolbreed worden gedragen. Anders wordt het moeilijk om ze als leerkracht op te leggen.”
Welbevinden bevorderen hoeft dus niet met fluwelen handschoenen?
ANOEK SMEYERS: “Het vergroten van het welbevinden van leerlingen heeft niets te maken met pamperen. Het gaat erom dat je een fijne omgeving creëert waarin kinderen en jongeren goed kunnen leren. Dat je je leerlingen echt ziet. Dat je als leerkracht in hen gelooft. Dat kan gedragsproblemen 32 tot 40% verminderen. Het kader moet dus dicht zijn, je moet duidelijk aangeven wat er kan en niet kan, maar binnen dat kader is er wel nog ruimte voor het hart.”
jongeren nemen steeds vaker zelf het woord. Dat is een sterk signaal.
Je kan als leerkracht toch niet elke leerling even graag zien?
ANOEK SMEYERS: “Klopt, er zijn leerlingen die je liever achter het behang wil plakken. Het is maar menselijk dat het niet met iedereen even vlot loopt. Ook daarom is een schoolbrede aanpak zo belangrijk. Zodat je bij een collega kan aankloppen om misschien eens het gesprek aan te gaan met een leerling waar jij minder vat op hebt. Zodat ook die leerling zich gezien voelt, door iemand die
voor hem belangrijk is. Het kan trouwens sowieso een goed idee zijn om iemand anders te betrekken bij zo’n gesprek. Stel dat een leerling sterk is in wiskunde, dan kan de invloed van de leraar wiskunde misschien wel groot zijn. Als die dan aansluit bij een gesprek, heeft dat een grotere impact. En het toont leerlingen ook dat de leerkrachten als een team werken. Al kan je ook mensen van buiten de school betrekken. Een voetbaltrainer bijvoorbeeld, als het niet meer lukt om als leerkracht connectie te maken met een leerling. Of een grote zus die naast de leerkracht komt zitten en zich verbaasd afvraagt waarom een leerling zich op school zoveel anders gedraagt dan thuis. Dan krijg je een heel krachtige boodschap.”
Is er naast een omgekeerd oudercontact ook zoiets als omgekeerd leerlingencontact? Kunnen leerkrachten bijvoorbeeld nog iets leren van hun leerlingen?
ANOEK SMEYERS: “Ik vind van wel. Jongeren nemen steeds vaker het woord. Het is soms echt indrukwekkend hoe zij het gesprek durven aangaan over bepaalde zaken. Neem nu De Vlaamse Scholierenkoepel, die vraagt dat scholen worden verplicht om een antipestbeleid op te stellen. Dat is een sterk signaal van de jongeren zelf. Alleen luisteren we niet altijd voldoende naar onze jongeren en gaan we niet genoeg aan de slag met hun input. Maar ook daar komt volgens mij verandering in. Ik denk dat er een generatie klaarstaat die wel zal luisteren, die wel zal inhaken op wat jongeren nodig hebben. Omdat ze er zelf het belang van inzien.”
