Ambassadeur Inez Germeys
Expert Inez Germeys: "We onderschatten hoe groot de druk is op de schouders van jonge mensen"
De kinderen en jongeren achter de cijfers. Daar wil Inez Germeys zich voor inzetten, als onderzoeker (KU Leuven) en als expert bij de Sidekick Sam Academy. En het zijn er wel wat, die jongeren achter de cijfers. Soms verontrustend veel, al kunnen we de cijfers ook in de juiste richting doen kantelen:
Jongeren die bij iemand terechtkunnen, lopen minder risico om psychische klachten te ontwikkelen.
Drie. Het is maar een van de cijfers waar Inez Germeys aan denkt als je haar vraagt waarom ze haar schouders wil zetten onder het versterken van deze generatie jongeren. “Ik heb zelf drie kinderen”, vertelt ze. “Ik ben dus zelf getuige van de worstelingen die jonge mensen doormaken en van hoe dat hun leven soms lastig kan maken. Als je dan uit onderzoek weet dat 74 procent van alle psychische aandoeningen start in de adolescentie, dan weet je ook dat het belangrijk is om aandacht te hebben voor het mentaal welzijn van jongeren.”
Twintig procent, nog zo’n cijfer. Twintig procent, ofwel een of vijf leerlingen in scholen in Vlaanderen. Dat is het aantal dat matige tot ernstige psychische klachten heeft, zo blijkt uit de SIGMA-studie, waarbij onder Germeys’ leiding 2000 Vlaamse jongeren werden bevraagd.
Eén op vijf jongeren met matige tot ernstige psychische klachten, dat zijn gigantisch veel leerlingen. Waar loopt het mis?
INEZ GERMEYS: “Wat zeker meespeelt, is dat we leven in een maatschappij waarin alles almaar sneller en efficiënter moet. Het is een complexe wereld geworden, waarin veel van mensen wordt verwacht. Ook jongeren moeten al op heel jonge leeftijd presteren. Slagen ze daar niet in, dan voelt dat als een persoonlijk falen. Want de mogelijkheden en keuzeopties lijken vandaag wel onbeperkt. Als het dan nog niet lukt om je weg te vinden, dan doe je toch wel iets fout, zo is het idee. We onderschatten hoe groot de druk op de schouders van jonge mensen daardoor is. Voeg daar nog eens toe dat we leven in een tijd waarin wereldwijd heel wat aan het gebeuren is en dat ook dat drukt op jongeren, net als op veel volwassenen. Ik volg het dus niet als er wordt gezegd dat we jongeren vandaag te veel pamperen, dat we het altijd te leuk maken voor hen en dat we niets meer van hen verwachten.”
Wat betekent het dan dat de focus in het onderwijs opnieuw meer op kennisoverdracht komt te liggen?
INEZ GERMEYS: “Het is natuurlijk ook belangrijk om je verwachtingen van leerlingen hoog genoeg te leggen. Anders geef je impliciet de boodschap dat je denkt dat ze de lat toch niet kunnen halen. Tegelijkertijd moeten we jongeren wel leren omgaan met de druk die ze daardoor kunnen voelen. Met de druk van buitenaf, maar evengoed met de druk die ze zichzelf opleggen. Want we zijn allemaal zo kritisch voor onszelf, terwijl dat meestal niet heel constructief is. Het kan dus heel helpend zijn om jongeren te ondersteunen bij het ontwikkelen van vaardigheden om om te gaan met stress en emoties.”
Jongeren vragen niet altijd naar een oplossing. Ze willen vooral gehoord worden.
Hoe doe je dat als leerkracht?
INEZ GERMEYS: “Onder meer door het goede voorbeeld te geven. Door bijvoorbeeld te laten zien dat je naar iemand kan luisteren zonder dat je meteen met oplossingen op de proppen moet komen. Het is belangrijk dat een probleem er mag zijn zonder dat het wordt opgelost. Toch lijken veel volwassenen daar nog bang voor, omdat ze zich dan machteloos voelen. Ze horen het probleem liever niet als ze toch geen oplossing kunnen bieden.”
Moeten leerkrachten de machteloosheid dan wat vaker omarmen?
INEZ GERMEYS: “Ja, zodat ze hun leerlingen kunnen tonen dat ze een luisterend oor kunnen zijn. Dat ze iemand zijn die het probleem ernstig neemt, maar het niet altijd kan oplossen. En dat dat oké is. Jongeren vragen ook niet altijd naar een oplossing. Ze willen vooral gehoord worden. Het is dus een belangrijke les om te delen dat je elkaar ook zo kan steunen. Ook jongeren die minder psychisch kwetsbaar zijn, zijn er zeker bij gebaat om zulke zaken te leren. Psychische klachten zijn tenslotte uitvergrotingen van zaken die iedereen kent. Dus als je je leerlingen preventief leert hoe ze daar beter mee om kunnen gaan, kan dat hen alleen maar ten goede komen. Als je me vraagt om twintig jaar vooruit te blikken, zou ik dus hopen dat er dan standaard ruimte is om jongeren te leren omgaan met moeilijke emoties of met stress. En dat er dan nog meer oog is voor wanneer het minder goed met iemand gaat. We weten bijvoorbeeld dat opgroeien in armoede en in kansarmoede de kans op een psychische aandoening enorm doet stijgen. Het is natuurlijk aan de hele maatschappij en aan de politiek om ervoor te zorgen dat ook die jongeren kunnen bloeien en groeien, maar ook leerkrachten kunnen daar zeker bij helpen.”
Leerkrachten zijn vaak de mensen die het dichtst bij jongeren staan en daarom als eerste signalen kunnen oppikken.
Wat kunnen leerkrachten vandaag al betekenen voor jongeren die opgroeien in zulke omstandigheden?
INEZ GERMEYS: “Het kan al een groot verschil maken om je er als leerkracht bewust van te zijn dat die omstandigheden het voor jongeren zoveel moeilijker maken om gezond op te groeien. Vraag je als leerkracht dus af wat er achter iemands gedrag zit, en waarom een jongere niet aan het groeien en aan het bloeien is. Het is niet eenvoudig om ervoor te zorgen dat een kind dan de ruimte krijgt om toch tot groei te komen, maar uitzoeken wat er achter iemands gedrag zit, kan wel helpen om een oplossing te vinden. Als je signalen krijgt dat een leerling opgroeit in een moeilijke thuissituatie, heb je dus wel een verantwoordelijkheid om daar iets mee te doen. Want kinderen en jongeren kunnen dat niet zelf. Toch zijn we als volwassenen vaak nog te voorzichtig. We willen ons niet te veel moeien met wat er bij de buren gebeurt, maar de gevolgen daarvan kunnen gigantisch zijn voor opgroeiende kinderen.”
Daardoor rust er wel een grote verantwoordelijkheid op de schouders van leerkrachten, die ook voldoende tijd moeten kunnen besteden aan kennisoverdracht en alles wat daarbij komt kijken.
INEZ GERMEYS: “Het zijn inderdaad problemen die we als maatschappij in zijn geheel moeten aanpakken, samen met ouders, jeugdverenigingen en noem maar op. Het is absoluut niet de bedoeling dat leerkrachten zich omscholen tot therapeuten of tot sociaal werkers. Het is ook niet nodig om het elke dag en in elke les opnieuw te hebben over welzijn, maar het is wel belangrijk dat er af en toe wat ruimte wordt gecreëerd om het er even over te hebben. En dat leerkrachten weten waar en bij wie zij en hun leerlingen dan terechtkunnen als het nodig is. Leerkrachten hebben dus wel een belangrijke rol te spelen. Zij zijn vaak de mensen die het dichtst bij jongeren staan en daarom als eerste signalen kunnen oppikken. Uit onderzoek weten we dat jongeren die dan bij iemand terechtkunnen die hen steunt, minder risico lopen om psychische klachten te ontwikkelen. Jammer genoeg zijn er ook jongeren die aangeven nooit bij iemand terecht te kunnen. Of maar soms. Daarom is het zo belangrijk om erop in te gaan als een leerling naar jou komt. Zonder dat je met een mirakeloplossing moet komen. Maar je moet wel beseffen dat veel jongeren een hele drempel over moeten om naar iemand te stappen en hun worstelingen te delen. Als ze dan het deksel op de neus krijgen, kan dat heel hard aankomen. Kan je er zelf niet zijn voor die leerling, betrek dan dus zeker een andere leerkracht of verwijs door naar een andere volwassenen die wel steun kan bieden. En duw de signalen niet weg uit machteloosheid.”
Een kind dat niet goed in zijn vel zit, komt niet aan leren toe.
Voor welke signalen moet je als leerkracht dan alert zijn, als ze niet letterlijk worden uitgesproken?
INEZ GERMEYS: “Je hoeft als leerkracht geen diagnoses te stellen of met een vergrootglas te gaan speuren naar wat er misschien misloopt in het leven van een leerling. Want natuurlijk gebeurt er heel veel in de adolescentie, wat gepaard gaat met heftige emoties, en meestal komt het ook weer goed. Dat maakt het soms moeilijk om echte signalen op te merken. Let daarom op typische zaken, zoals leerlingen die plots heel stil worden en zich gaan terugtrekken. Of die net heel baldadig en agressief worden. Ook duidelijke veranderingen in schoolresultaten kunnen erop wijzen dat er iets aan de hand is. Dan kan je daar als leerkracht naar vragen, of aangeven dat je het opmerkt. Of gewoon laten weten dat je er bent voor mocht het nodig zijn. Die hand uitreiken, is al zo belangrijk.”
Wat als je uitgestoken hand niet wordt aangenomen?
INEZ GERMEYS: “Jongeren voelen zich niet automatisch bij iedereen evenveel op hun gemak. Je kan dat ook niet forceren. Het belangrijkste is om dan het signaal te geven: ik ben er, ik zie jou en ik zie dat je aan het worstelen bent. En om dat signaal te blijven geven, zelfs al wordt het niet meteen opgepikt of wordt er niet direct op gereageerd. Toon dat je in de buurt bent als het nodig is, zelfs al lijkt het dat je leerling daar niet op zit te wachten. Al is het soms lastig om daar een evenwicht in te vinden. Dan kan het helpen om het tempo van de jongere te volgen. Laat je leerling zelf aangeven waar de grens ligt en respecteer dat ook. Tenzij het gaat om een situatie waarbij je als volwassene niet anders kan dan ingrijpen. Maar de adolescenten van vandaag zijn sowieso al veel opener en durven veel meer op tafel leggen dan eerdere generaties.”
Kunnen leerkrachten op dat vlak nog iets van hun leerlingen leren?
INEZ GERMEYS: “Zeker. Jongeren gaan gewoon vragen stellen als ze vinden dat er ergens over moet worden gepraat. Dat is echt vooruitgang. Ik zie in de omgeving van mijn kinderen bijvoorbeeld dat ook jongens vandaag durven huilen. Dat zijn goede evoluties. Natuurlijk zijn er nog leerkrachten die dat allemaal spannender en misschien wat moeilijker vinden, omdat ze zelf opgroeiden in een generatie die werd aangemoedigd om gewoon door te doen, zonder al te veel stil te staan bij mentaal welzijn. We merken nu nog dat er in scholen bijvoorbeeld wel aandacht is voor lege brooddozen - en terecht - maar ook een kind dat wel goed gevoed is, maar niet goed in zijn vel zit, komt niet goed aan leren toe. Een kind dat onder extreme stress staat, kan zich ook niet goed ontwikkelen.”
Ik geloof dat we op een goede golf zitten. Of dat die golf alleszins op komst is.
Hoe kunnen leerkrachten alvast goed voor zichzelf zorgen om het goede voorbeeld te geven?
INEZ GERMEYS: “Iedereens valkuilen liggen natuurlijk ergens anders, maar ik kan me voorstellen dat het als leerkracht niet altijd makkelijk is om af te bakenen, omdat je tenslotte voor een zorgend beroep koos. Daarom is het soms ook zo lastig om als leerkracht te merken dat het even niet zo goed gaat met een van je leerlingen. Terwijl je moet aanvaarden dat het zo is, zonder dat je het kan oplossen. Het probleem mee dragen, is ook al veel waard.”
In hoeverre kan je zulke zaken als leerkracht mee blijven dragen? Je eigen draagkracht is ook niet oneindig.
INEZ GERMEYS: “Dat je iets mee draagt, betekent niet dat het ook jouw probleem wordt. Je kan een leerling perfect steunen terwijl het probleem wel bij die jongere zelf blijft liggen. Dat kunnen tolereren, dat is de kunst. Daarnaast moeten we ook niet gaan overpsychologiseren. We moeten dus niet in paniek geraken als leerlingen zich bijvoorbeeld eens wat somberder of angstiger voelen, of zelfs psychotische klachten hebben. In Australië is er bijvoorbeeld Headspace, een heel laagdrempelig hulpprogramma waarbij leeftijdsgenoten of jonge behandelaars even met iemand meekijken naar wat er eigenlijk aan de hand is. Heel vaak komt er dan ook snel een oplossing, of blijkt dat er eigenlijk niets hoeft te worden opgelost. In veel gevallen komt het vanzelf wel goed.”
Dus ondanks de verontrustende cijfers mag er een basisvertrouwen zijn dat het vaak goedkomt met leerlingen?
INEZ GERMEYS: “Absoluut. Wat niet betekent dat je dat tegen je leerlingen met zoveel woorden moet uitspreken. Want als je te snel zegt dat alles wel weer goed komt, ga je hun probleem minimaliseren of wegduwen. Terwijl je perfect moet kunnen zeggen dat iets op dit moment nu gewoon niet leuk is. En dat je dat er moet kunnen laten zijn. In het besef dat jongeren enorm veerkrachtig zijn. Tijdens de coronaperiode waren we bijvoorbeeld heel ongerust omdat de maatregelen die werden genomen niet bevorderlijk waren voor het mentaal welzijn van jongeren. Nu zien we in de cijfers dat hun mentaal welzijn vandaag niet lager ligt dan voor de coronaperiode. Dat is een mooi voorbeeld van die veerkracht. Ik geloof dus wel dat we op een goede golf zitten. Of dat die golf alleszins op komst is.”
