Ambassadeur Steven Gielis
Expert Steven Gielis: “Een klas moet worden verbonden, niet gemanaged”
Aandacht hebben voor het welbevinden van leerlingen is geen extra taak. Het is een manier van lesgeven.
Voor hij ons meeneemt naar de klas, maakt Steven Gielis in gedachten toch nog even een ommetje. Eentje langs het bedrijfsleven. “Daar is de afgelopen twintig jaar een grote omslag gebeurd”, zegt hij. “Menselijk kapitaal is er veel belangrijker geworden. Gelukkige mensen zorgen er immers voor dat een bedrijf gaat floreren. Noem het een win-win”, aldus Steven Gielis. Waarna hij de bocht richting de klas en de school maakt. “Als je dat weet, klopt het toch niet dat we in het onderwijs alleen maar aan kennisoverdracht zouden moeten doen?Ja, natuurlijk kan je de leerresultaten verbeteren als je de leerstof er bij de leerlingen in gaat drillen zoals in China. Maar willen we dan ook het aantal zelfdodingen bij Chinese jongeren evenaren? Liever niet, dus ik blijf pleiten voor meer welbevinden, ook op school en in de klas.”
Welbevinden is wel een brede term, die door de ene anders wordt ingevuld dan door de andere. Waarom pleit u er precies voor?
STEVEN GIELIS: “Mensen verwarren een betoog voor meer welbevinden in het onderwijs vaak met het loslaten van doelen, of met het pamperen van leerlingen. Terwijl de term voor mij iets helemaal anders betekent. We mogen onze kinderen en jongeren gerust bepaalde verwachtingen opleggen in de klas en op school. En iemand die graag wil excelleren, moet die mogelijkheid ook krijgen. Alleen moet er een goede balans zijn tussen wat we van leerlingen verwachten en wat leerlingen nodig hebben om zich goed te voelen en rust te vinden, op verschillende domeinen. Die balans is de laatste jaren een beetje uit evenwicht geraakt. We onderschatten als volwassenen vaak wat het is om vandaag en in deze wereld op te groeien. Kinderen en jongeren hebben het echt niet makkelijk. Ze worden overspoeld door prikkels en gebombardeerd met keuzes. Alles lijkt te kunnen en geluk lijkt maakbaar. Dat legt zoveel druk op jongeren, die vaak heel plots ontdekken dat het in het leven helemaal niet zo makkelijk loopt als ze dachten. Met een gevoel van leegte, een gelatenheid tot gevolg.”
oog hebben voor de emotionele betrokkenheid van leerlingen is nu eenmaal een voorwaarde om tot leren te komen.
Hoe leren we hen daar best mee omgaan?
STEVEN GIELIS: “We moeten hen coachen om met die lastigheden om te gaan. Dat zijn heel belangrijke levensvaardigheden. Daarnaast kunnen we hen ook laten zien wat echt belangrijk is in het leven. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat stervenden meestal spijt hadden van sociaal-emotionele zaken die ze niet deden. Een vriendschap die ze niet herstelden, een ervaring die ze niet opdeden, dat soort dingen. Zulke inzichten moeten we delen met jongeren. Daarmee zeggen we hen nog niet dat ze mogen doen wat ze willen, want natuurlijk moeten we hen ook klaarmaken om mee te draaien in onze kennis- en prestatiemaatschappij. We weten dat een diploma mensen voorbereidt op het latere leven, dus we mogen de lat wat dat betreft gerust hoog leggen. Alleen is het zo belangrijk om daarbij ook te kijken naar welke talenten iemand heeft. Naar wat iemand moeiteloos lukt, zodat die persoon daar makkelijk nog veel beter in kan worden.”
Je moet als leerkracht natuurlijk ook vakken geven die leerlingen soms minder liggen. Klassen zijn daarnaast vaak groot. Dan is het voor een leerkracht soms moeilijk om in te zetten op specifieke talenten van elke leerling.
STEVEN GIELIS: “Net daarom is het zo belangrijk dat we ervoor zorgen dat jongeren graag naar school komen. Zonder een veilig en ondersteunend klimaat op school kan je geen grote cognitieve prestaties van leerlingen verwachten, hoeveel nadruk je er ook op legt. Aandacht hebben voor emotionele betrokkenheid van leerlingen is nu eenmaal een voorwaarde om tot leren te komen. Als een leerling thuis leeft in een moeilijke situatie, om welke reden dan ook, dan kan je niet van die leerling verwachten dat hij de hele dag op school kennis kan opdoen. Dan moet je eerst de randvoorwaarden scheppen, voor je van zo’n jongere kan eisen dat hij laat zich wat hij in zich heeft. Vandaag wordt daarvoor vaak nog ingezet op klasmanagement, maar een klas moet helemaal niet worden gemanaged. Een klas moet worden verbonden.”
Hoe maak je de omslag van het managen van een klas naar het verbinden van een klas?
STEVEN GIELIS: “Door leerlingen echt te zien voor wie ze zijn, met hun rugzakje. Want er zijn heel wat jongeren bij wie het leven moeilijk loopt, die misschien niet helemaal op hun plaats zitten. Door te proberen om hun verhalen te kennen. Door toegankelijk te zijn voor hen. Door eens extra oogcontact te maken. Door in te checken hoe het met hen gaat. Dat kan heel kort zijn. Op een digitale manier, met briefjes, in een kring, … Wie zelf niets wil zeggen, kan bijvoorbeeld een stap vooruit zetten als hij hetzelfde voelt als iemand anders.”
Op langere termijn werpt het z’n vruchten af om de temperatuur te meten bij een groep of bij een individu.
Hoe zorg je ervoor dat je als leerkracht tegelijkertijd toch nog voldoende aan lesgeven toekomt?
“Al die zaken vragen op korte termijn wat extra energie van leerkrachten, en ik begrijp dat niet elke vakleerkracht daar evenveel tijd voor heeft, maar op langere termijn werpt het wel z’n vruchten af om de temperatuur te meten bij een groep of bij een individu. Als je daarin investeert, wordt de kans kleiner dat je met de groep of met een specifieke leerling in de problemen komt. Want jongeren weten: die leerkracht is er voor mij. Daarom hoef je nog geen therapeutische gesprekken met hen te gaan voeren. Jongeren hebben meestal al genoeg aan iemand die ziet hoe het met hen gaat en hen even laat vertellen. Daarna kunnen ze weer verder met de les. Aandacht hebben voor het sociaal-emotionele welbevinden van je leerlingen, is dus geen extra taak. Het is een manier van lesgeven. Een manier waarop je kijkt naar je leerlingen, hen vertrouwen geeft, hen aanspreekt op wat minder goed loopt, … Zelf doe ik dat laatste bijvoorbeeld nooit in groep, maar pas na de les. En ik doe het nooit kwaad, maar wel oprecht geïnteresseerd. Ik vraag hen dan of ze zelf ook merken dat ze ergens tegenaan lopen. Of er iets is dat kan helpen. Door dit soort kleine momenten in te bouwen, ga je vaker de taal van emoties spreken met je leerlingen en vermijd je problemen.”
Waarom is die taal van emoties zo belangrijk?
STEVEN GIELIS: “Veel leerlingen vinden niet de juiste taal om hun emoties uit te drukken. Terwijl het zo belangrijk is om taal te kunnen geven aan wat er bij hen leeft. Anders eindigen ze binnen zoveel jaar misschien bij een psycholoog waar alles er ineens uitkomt. Omdat er tot dan zoveel grenzen zijn overschreden waar nooit woorden voor zijn gevonden. Jongeren daartegen beschermen, begint bij een leerkracht die opmerkt dat er iets gaande is en daar een vraag aan verbindt, zonder oordeel. Toch kiezen we er vaak nog voor om leerlingen te motiveren om gewoon flink mee te doen. Het werkt nochtans zoveel beter om naar een kind toe te gaan en bijvoorbeeld te zeggen: ‘Je ogen staan anders dan normaal. Ben je droevig? Is er iets gebeurd? Wil je er iets over vertellen?’ Alleen al het feit dat je ziet dat er iets is en dat je daar als leerkracht erkenning voor geeft, voelt heel goed voor leerlingen. Doe de test maar eens. Als je zelf terugdenkt aan wie in jouw kinder- of tienerjaren belangrijk voor je was, kom je vaak uit bij mensen die je erkenning en aandacht gaven aan wie je echt was en aan waar je hulp bij nodig had. Als je mensen vraagt waarom ze iemand zo’n goede leerkracht vonden, zullen ze ook antwoorden dat het iemand was die met hen lachte en praatte en op die manier de vinger aan de pols hield. Het was meestal een leerkracht die sociaal-emotioneel betrokken was.”
Je kan veel bereiken als je de mens achter iemands gedrag ziet.
We mogen de rol van een leerkracht in iemands leven dus niet onderschatten?STEVEN GIELIS: “Absoluut niet. Leerkrachten zijn belangrijk in het leerproces, maar ze zijn evengoed een voorbeeld van hoe volwassenen zich gedragen in de maatschappij. Zeker omdat hun leerlingen hen zoveel uren per week zien. Als je als jongere dan een leerkracht ziet die kwaad wordt als het allemaal niet snel genoeg genoeg gaat of die enkel oog heeft voor de kennis die erin moet worden gepompt? Dan krijg je een heel onveilig gevoel bij de maatschappij. Dan krijg je misschien het idee dat het alleen thuis veilig is. Of dat het helemaal nergens veilig is, als ook je thuissituatie niet goed is. Het is heel anders als een leerkracht je welkom heet, met jou in verbinding gaat en je ziet voor wie je bent. Ja, dan nog word je als leerling klaargestoomd om een diploma te halen, maar als dat kan door de nadruk te leggen op wat je goed en graag doet, zodat je later plezier haalt uit je job? Dan maakt je leerkracht een onuitwisbare indruk en is die persoon net een brug naar de maatschappij. Toon als leerkracht dus oprechte interesse in je leerlingen. Ook in zij die misschien wat stiller zijn.”
En wat met zij die misschien wat moeilijker zijn? Die lastig gedrag stellen?
STEVEN GIELIS: “Er gaat vaak veel aandacht naar die leerlingen, terwijl je hen ook op een andere manier kunt stimuleren om hun storend gedrag aan te passen. Spreek bijvoorbeeld de leerlingen die wel flink meewerken aan. ‘Goed van de leerlingen die al klaarzitten. Fijn dat jullie de opdracht thuis hebben gemaakt.’ Zulke boodschappen ontgaan ook de leerlingen die niet in orde zijn niet. Zij zullen daarna misschien ook beter hun best willen doen.
“Probeer daarnaast om niet alleen naar hun lastig gedrag te kijken, want de jongeren die zich daar schuldig aan maken, hebben vaak de grootste rugzak. Zij maken het je echt niet opzettelijk moeilijk. Ze stellen wel signaalgedrag, net zoals een huilende baby dat doet. Het is onze taak als volwassene om erachter te komen wat dat allemaal kan betekenen, ook net zoals we dat bij een baby doen. Je kan veel bereiken als je de mens achter iemands gedrag ziet. Zo maak je dus echt het verschil voor die jongeren. Ze zijn je daar vaak nog lang dankbaar voor. Zelfs al merk je daar op korte termijn maar weinig van.”
Die dankbaarheid moet je er dan zelf maar even bijdenken om als leerkracht vol te houden?
STEVEN GIELIS: “Het helpt inderdaad om je impact op langere termijn in je achterhoofd te houden. Groeien leerlingen uit tot goede mensen? Ben je er voor hen? Luister je naar wat ze nodig hebben? Als je daar bij stilstaat, ga je soms heel anders reageren. Dan ga je misschien de leerkracht zijn die op iemands rugzak wijst wanneer er in de leraarskamer wordt geklaagd over een bepaalde leerling. Of de leerkracht die gaat overleggen met collega’s en leerlingenbegeleiders, die echt een netwerk opbouwt om een leerling te helpen. Want waar er vandaag nog vaak wordt overlegd over de resultaten van leerlingen, zou het overleg gerust ook eens mogen gaan over het welbevinden van diezelfde leerlingen.”
Ik geloof wel dat we op goede weg zijn. Er zijn zoveel mensen die het jammer vinden dat de druk die jongeren vandaag voelen zo hoog ligt.
Moeten ook ouders bij dat netwerk worden betrokken? Dat is niet altijd even makkelijk.
STEVEN GIELIS: “Als dat niet makkelijk is, is dat vaak omdat de boodschappen die aan ouders worden gegeven negatief geladen zijn. Ze worden vaak pas ingelicht wanneer het fout loopt met een leerling. Het is dus belangrijk om al eerder in te zetten op ouderbetrokkenheid. Om bijvoorbeeld werk te maken van een actieplan daarrond.”
Wat staat er in zo’n actieplan voor ouderbetrokkenheid?
STEVEN GIELIS: “Een aanbod voor ouders, bijvoorbeeld, waardoor ze ook buiten schooltijd en in een informele sfeer op school kunnen langskomen. Maak het mogelijk dat ouders ook gebruik kunnen maken van de infrastructuur of het materiaal van de school, bijvoorbeeld. Of organiseer buitenschoolse activiteiten, zoals lezingen, workshops of marktjes waarvoor je ouders uitnodigt. Tegelijkertijd kan je in zo’n plan ook opnemen wat je van de ouders zelf verwacht. Dat ze aansluiten bij de ouderraad, bijvoorbeeld, want school maak je samen. Of dat ze verplicht naar het oudercontact moeten komen als hun kind in het eerste of tweede secundair zit. Je hoeft daar geen bindend contract voor af te sluiten, maar je kan bij inschrijving wel meegeven dat je ouderbetrokkenheid belangrijk vindt op school en dat je daarom elk kwartaal met hen over hun kind wil praten. Over hoe het loopt met de kennisoverdracht, en over hoe het zit met het psychosociale welbevinden.”
Zetten we de komende jaren grote stappen in het verbeteren van dat welbevinden, denkt u?
STEVEN GIELIS: “Ik geloof wel dat we op goede weg zijn. Er zijn zoveel mensen die het jammer vinden dat de druk die jongeren vandaag voelen zo hoog ligt. Bovendien staan leerkrachten er niet alleen voor. Dat merken ze ook op het platform van de Sidekick Sam Academy. Samen met hen zijn er vele anderen die ook in de juiste richting aan het varen zijn. Het is een heel fijn gevoel om je op die manier ondersteund te voelen als je een hart voor leerlingen hebt, want het blijft hard werken. Daarom is het ook zo’n meerwaarde dat leerkrachten op de Sidekick Sam Academy concrete tools en tips vinden over verschillende thema’s. Zodat ze de beste versie van zichzelf kunnen worden en het nét iets anders kunnen doen in de klas. Ook op scholen zie ik zoveel mooie initiatieven opduiken en zoveel leerkrachten het anders aanpakken. Wat dat betreft, kan ik dus alleen maar optimistisch zijn over de toekomst.”
Steven Gielis over de Sidekick Sam Academy
"De Sidekick Sam Academy is voor mij erg waardevol omdat het leerkrachten de tools en inspiratie biedt om het welzijn van leerlingen op een toegankelijke manier te bevorderen. Een leerkracht die onderbouwd én dichtbij staat, is van onschatbare waarde voor de veerkracht, ontwikkeling en mentaal welbevinden van elke leerling."
